Over

Over mijn werkMirjam

In mijn jeugd was ik veel bezig met lapjes, stoffen en wol. Breien, dat ik van mijn oma leerde, het in elkaar zetten van een stoffen pop en maken van poppenkleertjes op een hele oude Elna naaimachine met trapmechanisme, die ik van mijn opa had gekregen: een kleermaker. Ook had ik een tante die wandkleden weefde en die voor mijn nichtje en mij van een houten raam met spijkers een weefgetouw in elkaar zette en ging ik in de vakanties wedstrijdjes doen wie de grootste bol kon haken. Bij het ouder worden, raakte dit op de achtergrond en kreeg ik andere interesses.
In de tussentijd kreeg ik wel veel kunst voorgeschoteld vanwege een moeder die beeldend kunstenaar is en een atelier aan huis heeft. Hier startte ook mijn professionele carrière met het maken van beelden van klei en was. Tot ik mij op een gegeven moment verder wilde ontwikkelen en me aanmeldde voor de Nieuwe Akademie Utrecht, een zaterdagakademie voor beeldende kunst. Hier kreeg je allerlei disciplines aangereikt, voerde je opdrachten uit, maar ontwikkelde je je ook door heel veel thuis te werken aan eigen werk, dat beoordeeld werd. In de loop van deze opleiding kwam het werken met textiel steeds vaker en prominenter naar voren. Het kwam eigenlijk als vanzelf naar boven drijven.

Ik houd van het combineren van verschillende soorten stoffen, van zacht en harig tot koelere stoffen als leer of plastic. Wat past mooi bij elkaar qua kleurstelling en soorten stof, wat contrasteert of roept iets geks op. Hoe houd je het spannend en waarmee kan je verrassen. Daarbij werk ik altijd met de hand zodat ik intuïtief kan beginnen; niet al een vooraf bedachte vorm hoef te hebben. Deze vorm groeit uit waarbij ik vervolgens kijk naar compositie. Waar wordt het te veel en waar moet juist nog iets bij. Wat voor mij ook belangrijk is, zijn de details die ik aan het einde van het werkproces aanbreng met kralen, knopen, bolletjes van wol, ritsen of andere resten van producten die ik vind. Details die opvallen, waar je oog naar toe getrokken wordt. Bij het ene werk wat meer of soms zelfs een beetje over the top, dan bij het andere. Ook gebruik ik altijd de festonsteek in mijn werk. Een steek die me aan mijn jeugd doet denken, die stevig is en opvalt. Bij het vormen van een compositie, speel ik met deze steek door een opvallende of juist een onopvallende kleur wol te kiezen.

Textiel kan je toepassen in allerlei vormen, je kunt het in 2D of 3D gebruiken, het is aaibaar en roept warmte op, je kunt op kleurgebied van alles doen en spelen met de patronen van een stof. Dat maakt het voor mij heel uitdagend en interessant. Daarnaast heeft het werken met textiel ook iets meditatiefs. In tegenstelling tot mijn drukke en gehaaste leven, dwing ik mijzelf door het werken met de hand en eindeloos steken te zetten, me hierop volledig te concentreren. Iets dat misschien de hele samenleving wat meer zou moeten doen: focussen op iets dat je interessant of belangrijk vindt en niet allerlei dingen tegelijk doen, waardoor alles heel vluchtig wordt.